Zie ze daar zitten, die twee oudjes,
op het bankje in hun tuintje,
zeker de tachtig voorbij.
Ze kijken vol vreugde naar hun verweerde Buddhabeeldje, bij de vijver.
Hun knokige handen verstrengeld in elkaar.
Je ziet dat ze heel wat hebben meegemaakt die twee.
Ze kijken elkaar aan, glimlachen, en knijpen elk om beurt
eens hun beide ogen toe, en dan kijken ze terug naar de vijver.
Hé dat is iets raar,
maar het is zo'n lief gebaar,
één van hun geheimpjes,
geen woorden nodig.
Ze zijn tevreden, ze hebben geleefd.
Zij hebben waarschijnlijk vele watertjes doorzwommen,
anders zouden ze daar niet zitten,
niet in hun eigen tuin, niet samen.
De oude man staat op, rug gebogen, langzaam.
Hij legt z'n hand even kort op haar rug,
en hij gaat naar binnen.
Even later is hij er terug,
met een glaasje water en haar pilletjes.
" 't is tijd", zegt hij, ze heeft het gehoord.
" Merci ", zegt zij, neemt de pilletjes
en drinkt haar glas in teugjes leeg.
Soms zie ik ze elkaar een kusje geven.
Hun hoofden langzaam naar elkaar toe
en dan zo'n klein kusje.
Die oudjes toch, van naast de deur,
ik kan er altijd terecht voor een dreupelke.
En soms vertellen ze dan over hun mooie reizen,
hun mooie dochter en over de liefde,
die toch zoiets raars en onvoorspelbaar is.
Zij koesteren heel wat samen.
De foto's aan de muur, de houten beelden van hun reizen,
het schaaltje waarop de koekjes worden geserveerd,
achter alles zit een heel verhaal, een verhaal dat zij kennen.
Het verhaal die zij zelf geschreven hebben, samen.
Een ongelooflijk boek zou dit zijn,
maar er zijn slechts twee exemplaren van afgedrukt,
één bij haar en één bij hem, geprint in hun geheugen,
bijna hetzelfde boek, maar toch niet helemaal...
Koboi, 2008
You are not logged in, so your subscription status for this entry is unknown. You can login or register here.
Nog geen reacties...